De overgang naar een digitaal platform

Veel organisaties overwegen de overgang te maken naar een digitaal platform vanwege de voordelen die eraan verbonden zijn. Deze voordelen hebben we in deel één van onze blogsreeks behandeld. Toch blijken er vaak onvoldoende handvaten te zijn om hier snel en gedegen mee aan de slag te gaan. Hoe pakken we als organisatie de transitie naar een digitaal platform aan en waar moeten we beginnen? In deze blog geven wij duidelijkheid over de fases waarin een organisatie zich kan bevinden en waar de organisatie op moet letten om te transformeren naar een digitaal platform.

Van een traditioneel ‘pipeline’ businessmodel naar een disruptief platform

Bedrijven met een traditioneel ‘pipeline’ businessmodel, die momenteel een stevige marktpositie hebben, doen er goed aan eerst te verkennen hoe ze willen passen binnen de platformeconomie. De verwachting is immers dat binnen 20 jaar de helft van de waardecreatie van organisaties in de vorm van platformen zal plaatsvinden¹. Maar hoe zit het precies wanneer een traditionele ‘pipeline’ organisatie zich tot een (disruptieve) platformorganisatie wil ontwikkelen? Om dit te kunnen realiseren moet een organisatie hier op allerlei aspecten klaar voor zijn. Wij beschrijven hieronder een drietal fases met betrekking tot deze ontwikkeling:

Fase 1: Traditioneel businessmodel
Binnen de traditionele businessmodel fase ligt de focus op het verkopen van producten in een hiërarchische organisatie. Er is veelal sprake van complexe producten en er is nauwelijks inzicht in de klantwens en klantervaring. Producten worden primair bedacht van binnen naar buiten (push) in plaats van andersom (pull). Het komt erop neer dat producten vanuit interne competenties gemaakt worden in plaats vanuit de externe marktbehoefte. Daarnaast worden deze producten via één of een beperkt aantal kanalen in de markt gezet. De IT-organisatie is in stovepipes/silo’s georganiseerd, wat betekent dat functionaliteiten per product(groep) zijn ontwikkeld en dat elk deel een op zichzelf staand onderdeel is. Hierbij is het beperkt mogelijk data overkoepelend beschikbaar te maken en over systeemgrenzen heen te delen (“IT driven as a business”).

Fase 2: Klantoriëntatie
Wanneer de organisatie van fase één naar twee over gaat, verschuift de focus naar klantoriëntatie. Hierbij is er sprake van een klantgerichte focus om producten en diensten te ontwikkelen en aan te bieden vanuit marktbehoefte (pull in plaats van push). De organisatie van IT is in deze fase meer geïntegreerd met andere systemen (“Business driven IT”). Dit betekent dat IT niet meer in de vorm van silo’s georganiseerd is. Als voordeel biedt dit onderlinge data uitwisseling, die wordt geanalyseerd en inzichtelijk gemaakt om hier ook daadwerkelijk op te kunnen sturen. Mede door het delen van alle data is er sprake van een integraal klantbeeld en ligt de focus op de klant. Om de klant beter te bedienen worden meerdere distributiekanalen gebruikt, bijvoorbeeld door gebruik te maken van een callcenter, fysieke locatie en het internet. Op deze wijze worden er niet alleen producten aan consumenten verkocht, maar ook aan producenten en neemt de groep afnemers toe. Een ander belangrijk verschil met een traditioneel businessmodel is dat in de klant oriëntatiefase een bewuste keuze gemaakt moet worden tussen zaken zelf doen versus outsourcing. De focus van de organisatie moet namelijk liggen op de core competenties in-house.

Fase 3: Disruptief business platform
Als een organisatie de transitie maakt vanuit fase twee naar fase drie en een (disruptief) businessplatform wordt, zal de klant via omnichannel worden bediend. Dit betekent dat de klant via meerdere kanalen bediend kan worden. Deze kanalen zijn naadloos op elkaar afgestemd, waardoor het contact voor de klant zal voelen als een soepele en prettige ervaring. De aangeboden producten en diensten zijn gebaseerd op marktbehoefte (pull). Hierbij spelen life events van klanten (bijvoorbeeld: geboorte, trouwen, nieuwe baan, verhuizen, met pensioen gaan, etc.) een belangrijke rol. Om het proces onberispelijk te laten verlopen moet de integratie van interne en externe systemen flexibel en op basis van open standaarden ingericht zijn, om de organisatie beter te faciliteren, flexibeler en dus wendbaarder te maken (“IT driven business”). Praktisch gezien is de IT zo georganiseerd dat aan de hand van API’s koppelingen worden gelegd met andere systemen en deze onderling gegevens met elkaar uitwisselen. Een voordeel hiervan is dat er data uitgewisseld wordt tussen de systemen waarmee bijvoorbeeld klantgedrag kan worden voorspeld en waarop vervolgens kan worden ingespeeld door de organisatie. Een ander belangrijk element van een platform is dat de organisatie werkt vanuit zijn eigen expertise en complementerende partnerships sluit met andere partijen. Op deze wijze wordt het een disruptief platform.

Er zijn dus drie fases voor de overgang van een traditioneel businessmodel, via een klantgerichte organisatie, naar een platformorganisatie. Het doel op zich hoeft niet te zijn om alle drie de fases te doorlopen, maar dit kan een stip op de horizon zijn in het veranderen. Wil je weten in welke fase jouw organisatie zich bevindt? Met de QuickScan van Novius kun je dit inzichtelijk maken.

In de drie fases worden verschillende aspecten weergegeven waar veranderingen optreden tijdens de ontwikkeling tot een platform. Om van de theorie naar een verandering in de praktijk te gaan is het verstandig om deze integrale digitale verandering gedegen te onderzoeken en vervolgens door te voeren.  In het Novius Business Transformation Framework worden veranderingen aan de hand van strategie naar executie uitgevoerd. Eerst zullen de uitgangssituaties moeten worden vastgesteld om te kijken of een platformmodel kan worden toegepast. Hierna zal er verkend moeten worden wat de veranderingsbehoefte van de organisatie is. Vervolgens zal aan de hand van de gekozen strategie de verandering worden doorgevoerd. Tijdens deze reis worden onderstaande vier kolommen meegenomen.

De vier kolommen van het Novius Business Transformatie Framework bestaan uit:

  1. Klanten & Dienstverlening: Wat leveren we aan wie op het platform?
  2. Processen & Organisatie: Hoe organiseren we het platformwerken?
  3. Informatie & Applicatie: Welke informatie en informatieverwerking is nodig voor de bedrijfsvoering richting platformwerken?
  4. IT Infrastructuur & Faciliteiten: Wat is nodig ter ondersteuning van de geautomatiseerde informatieverwerking op het platform.

Op deze wijze worden belangrijke zaken niet over het hoofd gezien, immers alles hangt nauw met elkaar samen. Het Business Transformation Framework biedt handvaten om vanuit strategie naar uitvoering te gaan en de verandering gedegen door te voeren.

In dit blog zijn we dieper ingegaan op de fases waarin een organisatie zich kan bevinden. Per fase zijn verschillende veranderingen nodig om platformgericht te gaan werken. Elke fase kent zijn eigen kenmerken. Van belang is dat bij de verandering nagedacht wordt over het geheel, van strategie tot executie. In de volgende blog zullen we meer inzichten geven over de groeimogelijkheden en verdienmodellen van platformen.

Jessie Schuurman & Niels Nonnekens, Business Consultants bij Adviesgroep Novius

 

1: https://businesscollective.com/5-reasons-entrepreneurs-should-take-advantage-of-the-platform-business-model/index.html


Wil je meer informatie over hoe platformgericht werken van toegevoegde waarde kan zijn voor jouw organisatie? Neem dan contact met ons op via jschuurman@novius.nl of nnonnekens@novius.nl. Of anders via het secretariaat van Novius via 0343 – 760076.


Een digitaal platform als businessmodel
Het verdienmodel achter een platform

Geef een reactie

Fill out this field
Fill out this field
Geef een geldig e-mailadres op.

Menu